KAJ-noodnummer

02/246.53.06 is het noodnummer van KAJ!

Je belt dit nummer enkel in echte noodgevallen tijdens het weekend als je je vrijgestelde niet kan bereiken.

Tijdens de kantooruren is het noodnummer niet geschakeld, je kan ons op het nummer van het algemene secretariaat: 02/246.53.00 bereiken.

Sla dit nummer op in je GSM, wij hopen dat je het niet zult nodig hebben, maar je weet nooit...

De nodigen papieren voor de verzekering vind je hier:

 Aangifte Burgerlijke Aansprakelijkheid!

 Aangifte Lichamelijk Ongeval!

 

Activiteiten bedenken en uitwerken!

Je activiteit voorbereiden als een echte kajotter

altIn KAJ zijn de activiteiten één van de middelen die we toepassen om ons doel te bereiken: jongeren ondersteunen en laten groeien. Hun mogelijkheden zelf laten ontdekken en ze zelf de stappen leren zetten om hun doelen te bereiken.

Daarom is het altijd belangrijk dat je jezelf de vraag stelt: ‘Wat willen we bereiken met deze activiteit?’

Bv: je ziet dat lid x zich nog op de achtergrond houdt. Een kernlid dat bij hem een huisbezoek deed, vertelt dat hij de rest van de groep nog niet goed kent en dat hij zich dus nog niet helemaal thuisvoelt in de groep. Dan kan de doelstelling zijn dat hij zich meer tussen de groep durft begeven en zich erin goed voelt.

Als je altijd een doel hebt bij je activiteiten, dan ben je zeker dat je activiteiten zinvol zijn. Je bent er dan ook zeker van dat je activiteiten aan je ledengroep aangepast zijn.


Activiteitideeën: als de inspiratie niet komt

Waarom een nieuwe activiteit zoeken?

altSoms heb je duizend en één ideeën voor een activiteit, je hebt zelfs al je doel bepaald, maar meestal grijpen we nogal vlug terug naar activiteiten die we kennen, die we zelf al eens hebben gedaan, die we zelf leuk vinden… In het beste geval passen we die nog een beetje aan, maar zelfs dat is soms al een stap te ver. Het is minder werk om terug te grijpen, maar… je bereikt minder, de leden vinden het niet meer leuk, ‘want het is 'altijd hetzelfde’ en beetje bij beetje zie je leden afhaken, …

Maar… Jij kan ervoor zorgen dat dit niet gebeurt! Door af en toe een nieuwe activiteit uit te werken, door durven creatief te zijn, hou je jezelf en je leden veel langer geïnteresseerd.

“Dat is allemaal gemakkelijk gezegd, maar ik ben wel niet zo creatief hoor. Ik kan dat niet, nieuwe activiteiten uitvinden.”

In de KAJ geloven we dat je dat wel kan. Niet kunnen, dat staat niet in onze woordenboek! Hierover vind je een methodiek om met je kern in één vergadering tot wel vijf verschillende gloednieuwe activiteiten te komen.

Trek maar alle registers open en vlieg erin. Je zult merken dat er ontelbaar veel mogelijkheden zijn!

Durf je de uitdaging aan?

Maak kaartjes met de volgende zaken op:

  • 10 thema’s: (bv. muziek, oorlog, uitgaan, film, drugs, liefde en seksualiteit, iets uit de actualiteit…) Probeer aan 15 thema’s te komen. Denk bij het zoeken van deze activiteit aan alles uit ‘1. Je activiteit voorbereiden als een echte kajotter’. Tip: haal thema’s uit de hoe-is 't van je kern of uit de hoe-is 't met je leden. Denk aan die dingen waar je leden veel mee bezig zijn. Als je lid per lid overloopt, heb je zeker al heel wat thema’s.
  • 10 Soorten activiteiten: (quiz, loopspel, knutselen, dorpsspel, bosspel, groepsvorming, ravotten, opdrachten in groepjes, …) Wees creatief en denk misschien eens aan de activiteitsoorten die je vroeger zelf al deed.
  • 20 voorwerpen: (multimedia, kegels, ballen, papier…): minstens 10 voorwerpen die je in je lokaal terugvindt. Probeer daarnaast nog eens 10 voorwerpen te vinden die je niet in het lokaal terugvindt. Dan heb je dus 20 kaartjes met telkens 1 voorwerp op.
  • 5 plaatsen: (lokaal, plaatselijke parochiezaal, bos, …). Maak kaartjes met de locaties die voor jouw afdeling van toepassing zijn.

Maak nu 4 stapeltjes kaarten (thema’s –soorten – voorwerpen – plaatsen ) en schud elk pakje kaartjes goed door elkaar. Ga dan willekeurig kaartjes trekken. Ieder kernlid trekt 1 themakaartje, 1 of 2 soort—activiteitkaartjes, 3 voorwerpkaartjes en 1 of 2 plaatskaartjes. Wie maakt de volgende activiteit? Een loopspel rond milieu in de plaatselijke parochiezaal met ballen? Wie durft?

Durf gerust verschillende soorten activiteiten te combineren met verschillende werkvormen, dit kan altijd voor een originele en grappige insteek zorgen!

En dan… de uitwerking

altHet idee is er nu al en als je de methodiek van hierboven hebt gebruikt, is dat misschien wel een knettergek maar megatof idee.

De volgende uitdaging is de afwerking ervan. Je kan een heel tof idee hebben, maar als je dit niet helemaal tot in detail voorbereidt, kan je activiteit toch nog een flop worden.


DITMUSA: de gouden regel om er voor te zorgen dat je activiteit tip top in orde is!

Ditmusa is het woord dat je krijgt als je de beginletters van een aantal spelelementen samenvoegt. Die elementen zijn: doel, inkleding, terrein, materiaal, uitleg, spelregels en aangepast. Als ze alle 7 aanwezig zijn, zorgen ze dat je spel (technisch) goed ineen zit! Of je activiteit dan ook schitterend zal verlopen, is nog een andere zaak maar het is alvast een goed begin!

Doel

Je kan de doelstellingen van je activiteit gaan opsplitsen tussen ‘opdrachtdoelstellingen’ en ‘achtergronddoelstellingen’.

Opdrachtdoelstellingen zijn doelstellingen die je meegeeft met de leden. Ze staan nauw in verband met het spel.

Achtergronddoelstellingen zitten in het hoofd van de begeleiders. Het zijn doelen die de kern wil bereiken met het spel of de activiteit.

Voorbeeld:

Merk je het verschil?

Opdrachtdoelstellingen

Zorg dat gans de groep zo snel mogelijk aan de overkant geraakt met het aantal stoelen dat je gekregen hebt zonder dat iemand de grond raakt.

Achtergronddoelstellingen

  • Ik wil dat de verschillende ploegen leren samenwerken;
  • Ik wil zien wie de leiding neemt;
  • Ik wil de deelnemers stimuleren tot creatief nadenken.

De doelstellingen moeten ook ‘buiten bereik’ en ‘binnen beleving’ zijn

altEen goede activiteitdoelstelling is er één die net buiten het bereik van de spelers ligt. De deelnemers mogen niet het gevoel hebben dat ze de doelstellingen eens rap zullen waarmaken. Ze moeten het als een uitdaging zien, ze moeten goesting hebben om er aan te beginnen.

‘Binnen beleving’ wil dan weer zeggen dat de spelers het geloof moeten behouden dat ze de doelstelling kunnen bereiken. De spelers moeten aanvoelen dat het haalbaar is.

Het sop en de kool

Het doel moet in verhouding staan tot de inspanning. Anders zullen de inspanningen niet gedaan worden of zal de teleurstelling groot zijn!

Inkleding

Bij inkleding kun je aan tal van zaken gaan denken zoals vb. attributen, verkleedkleren, een versierd lokaal, een activiteit die tot in de puntjes is uitgedacht… Jezelf verkleden, je inleven in je rol, de activiteit inkleden. Het zijn stuk voor stuk sleutels tot een succesvolle activiteit.

Terrein

Ga na welk terrein je ter beschikking hebt en pas je activiteit aan (wees daarin gerust een beetje creatief)! Een klein terrein zorgt ervoor dat een loopspel tactisch zal gespeeld moeten worden, een open terrein nodigt niet uit tot een sluipspel, een betonnen ondergrond is geen goede start voor vertrouwensspelen…

Materiaal

Zorg ervoor dat al het (juiste) materiaal ter plaatse is! Niets zo vervelend als tijdens een activiteit nog op zoek te moeten gaan naar een stuk gerief om een opdracht te doen!

Uitleg

Laat een geheimzinnige stem van op een cassettebandje je uitleg geven, verwerk de uitleg van je activiteit in een eenvoudig zoekspel, geef de uitleg op papier of maak er een show van! Je moet maar op één ding letten: het moet duidelijk blijven! Je kunt een aantal fasen als leidraad nemen:

Verzamel al de deelnemers

Zorg ervoor dat de groep volledig is en dat iedereen je kan zien en horen! Wacht van je activiteit uit te leggen tot dat iedereen stil is.

Zet je leden in de spelsituatie

Een kring maken, in ploegjes verdelen, per twee gaan staan. Probeer de activiteit zo visueel mogelijk uit te leggen zonder dat de deelnemers van je weg gaan.

Controleer of ze alles begrijpen

Speel de activiteit als een kort om te zien of de leden alles hebben begrepen. Indien een proefspel niet haalbaar is kun je aan de hand van korte vragen checken of ze alles hebben begrepen. Vb. “Naar welke post moet je als die opdracht is afgelopen?” “Wanneer verandert de tikker?”, “Als we drie keer fluiten, wat doen jullie dan?”

Start duidelijk de activiteit

Als je merkt dat iedereen de speluitleg heeft begrepen, kun je de deelnemers hun positie laten innemen en kun je starten met de activiteit.

Spelregels

Er zijn drie redenen waarom spelregels nodig zijn:

  • Spelregels moeten de veiligheid bevorderen,
  • Spelregels moeten in functie staan van de doelstellingen. Ze moeten het vb. mogelijk maken dat er gescoord wordt en tegelijk verhinderen dat er gescoord wordt.
  • Sommige spelregels zijn nodig om een bepaald spel dat spel te laten zijn. Vb. handbal speel je met de handen, bij een blinddoekspelletje mag je niet kijken

Aangespast

altBij de ‘a’ van ditmusa ligt het accent op de activiteit. Pas je activiteit aan de situatie aan:

  • het aantal leden
  • de tijd van het jaar
  • de spelduur
  • de leeftijd van je leden,

Durf je activiteit aan te passen als de situatie verandert, vb. er komen onverwacht weinig leden opdagen, het is bakwaterslag beginnen regenen… De aanpassingen kunnen ervoor zorgen dat je activiteit alsnog lukt.

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen

dvv belfius